Deze pagina ben ik nog aan het opmaken. Nog even geduld….
Soms zie je het gewoon: mijn kind heeft méér nodig!
Herken je dat gevoel? Dat je kind niet in het gemiddelde past? Dat het je soms overweldigt; die nieuwsgierigheid, intensiteit en honger naar uitdaging?
Misschien zie jij thuis een nieuwsgierig, diepdenkend en gevoelig kind, terwijl school alleen maar zegt: “Het gaat prima.” Maar jij voelt: dit klopt niet helemaal…
Je kind is intens, nieuwsgierig, snel van begrip, gevoelig, vindingrijk, en… soms ook ontzettend moe, boos of gefrustreerd. Je voelt: dit is geen ‘gemakkelijk’ kind, maar wel een kind met potentie.

En je hebt gelijk….
Sommige kinderen hebben méér nodig. Meer uitdaging, meer ruimte om te denken, om te voelen, om zichzelf te mogen zijn. Op deze pagina vind je suggesties, opdrachten en informatie die je meteen thuis kunt toepassen, zonder druk, mét plezier.
Tip 1: Prikkel hun nieuwsgierigheid
“Weet jij hoe een brug werkt? Zullen we dat samen uitzoeken?”
Wat bedoelen we?
Sommige kinderen hebben steeds nieuwe prikkels nodig om gemotiveerd te blijven. Stimuleer hun nieuwsgierigheid met vragen die nét iets verder gaan dan ‘weet je het of weet je het niet?’
Zo pak je dat aan:
Stel een échte vraag waar jij het antwoord misschien ook niet op weet.
Ga samen op zoek: via een filmpje, een boek of door iets na te bouwen of tekenen.
Leg de nadruk op samen ontdekken, niet op ‘weten’.
Voorbeeld:
Jullie zien een brug in het boekje of buiten. Jij zegt:
“Hoe blijft die eigenlijk zo stevig? Zouden alle bruggen zo werken?”
Zo nodig je je kind uit om mee te denken en nieuwsgierig te worden.
Download Denkprikkels:
Tip 2: Laat ze zélf een plan maken
“Bijvoorbeeld: een eigen onderzoeksvraag bedenken (“Waarom vallen sterren niet?”)”
Wat bedoelen we?
Geef kinderen eigenaarschap over hun leren. Slimme kinderen floreren als ze zelf mogen bepalen wat ze willen weten of doen — binnen heldere kaders.
Zo pak je dat aan:
Vraag: “Wat zou jij wel eens écht willen uitzoeken of maken?”
Laat ze tekenen, vertellen of een lijstje maken van ideeën.
Help vervolgens om er een ‘plan’ van te maken: Wat heb je nodig? Hoe begin je?
Voorbeeld:
Je kind is geïnteresseerd in dieren. Jij zegt:
“Wil je zelf een dierenboekje maken? Dan kun je uitzoeken wat jij het interessantst vindt.”
Zo werkt het kind vanuit eigen motivatie, maar binnen jouw structuur.
Download Denkprikkels: 10 concrete voorbeelden om je kind zelf een plan te laten maken.
10 concrete voorbeelden
Tip 3: Introduceer open opdrachten
“Bouw iets dat nog niet bestaat.”
Wat bedoelen we?
Vermijd opdrachten met één goed antwoord. Geef ruimte voor creativiteit en eigen oplossingen.
Zo pak je dat aan:
Geef een opdracht zonder eindmodel: “Bouw een huis waar een giraffe in kan wonen.”
Stimuleer eigen ideeën: “Wat zou jij maken als jij een uitvinder was?”
Laat zien dat fouten ook goed zijn.
Voorbeeld:
Geef blokken, tape en karton en zeg:
“Bouw een vervoersmiddel dat door water én lucht kan. Hoe ziet dat eruit?”
Je kind leert dan denken, proberen, aanpassen en trots zijn op het eindresultaat.
Download Denkprikkels: open opdrachten stimuleren
Denkprikkels 20 open opdrachten
Tip 4: Laat ze creëren, niet alleen consumeren
“Van LEGO tot verhalen, van uitvinden tot onderzoeken.”
Wat bedoelen we?
Kinderen met een ontwikkelingsvoorsprong leren niet alleen van kijken of luisteren, maar vooral van doen, maken, uitproberen.
Zo pak je dat aan:
Zet knutsel-, bouw- of tekenspullen klaar zonder plan.
Laat je kind zélf bedenken wat het wil maken.
Bied materiaal aan dat ‘anders dan anders’ is (bijv. tangetjes, buizen, stofjes, oude elektronica).
Voorbeeld:
In plaats van een filmpje over raketten, zeg je:
“Zullen we zelf een raket maken van wc-rollen? Wat heeft een raket eigenlijk allemaal nodig?”
Zo wordt kennis omgezet in creativiteit en denken in doen.
Tip 5: Soms mag verveling er ook zijn
“Creativiteit ontstaat vaak juist als er niets hoeft.”
Wat bedoelen we?
Slimme kinderen zijn gewend aan een hoog tempo, maar dat maakt ‘niks doen’ extra lastig. Toch is dat juist belangrijk voor eigen ideeën.
Zo pak je dat aan:
Geef niet meteen een oplossing als je kind zegt: “Ik verveel me.”
Zeg: “Wat zou je kunnen gaan doen?” of “Verveling hoort soms bij een goed idee.”
Geef de tijd. Laat ze even hangen of staren. Dat is niet erg.
Voorbeeld:
Zit je kind te draaien en te zuchten? Zeg dan rustig:
“Je hoeft nu even niks. Misschien komt er zo vanzelf iets in je hoofd.”
Zo leer je je kind om vanuit binnenuit tot iets te komen — en niet altijd te wachten op invulling van buitenaf.
